Training · Voetbal

De beste trainingsoefeningen voor aanvallend voetbal bij amateurteams

De meeste amateurteams verliezen niet omdat ze niet kunnen voetballen, maar omdat de bal in de laatste dertig meter stilvalt. Er wordt breed gespeeld, teruggelegd, nog eens breed, en dan staat de tegenstander met acht man achter de bal. Deze zes oefeningen trainen precies het tegenovergestelde: vooruit durven spelen op het moment dat het kan.

Kort antwoord

De beste oefeningen voor aanvallend voetbal bij amateurteams zijn rondo's met een uitbraakpass, het vrijspelen van de derde man, afwerken in overtal, voorzetten met een vaste inloop op drie posities, positiespel in overtal met kleine doelen en omschakelen na balverovering.

Wat ze gemeen hebben: er zit altijd een beloning op vooruitspelen en een tijdslimiet op besluiteloosheid. Dat is de gewoonte die je wilt inslijpen.

Wat betekent aanvallend voetbal op amateurniveau?

Aanvallend voetbal is op zondagochtend iets anders dan op televisie. Het gaat niet om een hoge verdedigingslinie of om druk zetten op de keeper van de tegenstander. Het gaat om drie concrete dingen: sneller vooruit spelen als het kan, met meer man in de zestien komen, en de bal na verlies meteen terugpakken in plaats van eerst terug te lopen.

Die drie dingen zijn trainbaar zonder dat je selectie technisch beter hoeft te worden. Het zijn keuzes en gewoontes, geen kunstjes. Daarom werken de oefeningen hieronder ook bij een vijfde elftal: ze veranderen niet wat je spelers kunnen, maar wat ze doen op het moment dat ze de bal krijgen.

Wat je wél nodig hebt is herhaling. Eén avond hiermee bezig zijn verandert niets. Vier tot zes trainingen met dezelfde twee vormen wel.

De 6 oefeningen

Elke oefening staat hieronder met een veldtekening, de opstelling, de stappen en het punt waar je als trainer op moet letten. De tekeningen gebruiken deze symbolen:

Aanvaller Verdediger Keeper Neutrale speler Pion Loopactie Pass
1

Rondo 4 tegen 2 met uitbraak

Sneller rondspelen onder druk, en leren herkennen wanneer de bal vooruit kan in plaats van weer opzij.

Rondo 4 tegen 2 met uitbraak1234VVU
Vier spelers rond het vak, twee verdedigers erin. Na acht passes mag de bal naar de vrije speler buiten het vak.
Opstelling 6 spelers per vak, vak van 12 bij 12 meter Duur 4 rondes van 3 minuten
Zo doe je hem
  1. Zet een vak uit met vier pionnen. Vier aanvallers staan op de lijnen, twee verdedigers in het vak.
  2. De buitenspelers houden de bal rond met maximaal twee balcontacten.
  3. Na acht opeenvolgende passes mag er naar de vrije speler achter het vak gespeeld worden. Dat is een punt.
  4. Verovert een verdediger de bal, dan wisselt hij met de speler die de bal verspeelde.

Waar je op let: de lichaamshouding van de ontvanger. Wie met de schouders naar de bal staat, kan alleen terugspelen. Wie half opendraait, ziet de uitbraakpass en dat is precies de gewoonte die je wilt kweken.

2

Derde man vrijspelen

De pass leren zien die niet naar de vrije man gaat, maar naar de speler die hém vrijspeelt.

Derde man vrijspelen123V
Speler 1 speelt in op de spits, die legt af op de opkomende 3. Die derde man is vrij omdat de verdediging op de spits kantelde.
Opstelling 4 spelers per groep, aanvallende helft Duur 10 minuten, daarna van de andere kant
Zo doe je hem
  1. Speler 1 heeft de bal op het middenveld, speler 2 staat als spits met de rug naar het doel, gedekt door een verdediger.
  2. Speler 1 speelt in op de voeten van de spits.
  3. De spits legt met één contact terug of opzij, hij draait niet.
  4. Speler 3 komt in dezelfde beweging door en neemt de bal in de loop mee richting doel.

Waar je op let: de timing van speler 3. Die moet vertrekken op het moment dat de bal onderweg is naar de spits, niet erna. Vertrekt hij te laat, dan staat de verdediging alweer goed.

3

Overtal in de laatste dertig meter

Afmaken van een situatie waarin je één man meer hebt, voordat de verdediging is teruggezakt.

Overtal in de laatste dertig meterABCVVK
Drie aanvallers tegen twee verdedigers plus keeper. De aanval start bij de pion en moet binnen acht seconden afgerond zijn.
Opstelling 3 aanvallers, 2 verdedigers, 1 keeper Duur 12 herhalingen per groep
Zo doe je hem
  1. De middelste aanvaller start met de bal bij de pion op de middenlijn.
  2. De twee buitenspelers vertrekken tegelijk, één diep en één in de ruimte tussen de verdedigers.
  3. De aanval moet binnen acht seconden op doel eindigen. Daarna fluit de trainer af.
  4. Wisselen na elke poging: de verdedigers worden aanvallers.

Waar je op let: dat de bal vooruit gaat zodra dat kan. Amateurteams spelen in overtal vaak nog twee keer breed, en dan is het overtal weg. De regel van acht seconden dwingt de keuze af.

4

Voorzet en inloop op drie posities

De doelpunten pakken die je nu laat liggen, door de zestien met drie man op vaste posities te bezetten.

Voorzet en inloop op drie positiesV1234K
Vaste inloop: eerste paal, penaltystip en tweede paal, plus een vierde speler die terugzakt op de rand van de zestien.
Opstelling 2 vleugelspelers, 4 afwerkers, 1 keeper Duur 15 minuten, links en rechts afwisselen
Zo doe je hem
  1. De vleugelspeler dribbelt langs de lijn tot voorbij de zestien en geeft voor.
  2. Speler 1 loopt naar de eerste paal, speler 2 naar de penaltystip, speler 3 naar de tweede paal.
  3. Speler 4 zakt terug naar de rand van de zestien voor de teruggetrokken bal.
  4. Direct afronden. Wie hem stillegt en dan schiet, is te laat.

Waar je op let: dat alle drie de posities elke keer bezet zijn, ook als de voorzet slecht is. De helft van de doelpunten uit voorzetten valt bij de tweede paal, en dat is precies de positie die amateurteams overslaan.

5

Positiespel 6 tegen 4 met doelen

Rustig blijven combineren tot er een gat valt, in plaats van bij de eerste druk naar voren te knallen.

Positiespel 6 tegen 4 met doelen123456VVVV
Zes aanvallers tegen vier verdedigers op een half veld. Punt bij een pass door de twee kleine doelen op de middenlijn.
Opstelling 10 spelers, half veld, 2 kleine doelen Duur 3 rondes van 6 minuten
Zo doe je hem
  1. De aanvallende ploeg speelt 6 tegen 4 op de aanvallende helft.
  2. Zij scoren door de bal door een van de twee kleine doelen op de middenlijn te spelen.
  3. De verdedigers scoren door de bal te veroveren en over de middenlijn te dribbelen.
  4. Na balverlies mag de aanvallende ploeg zes seconden lang direct terugjagen.

Waar je op let: de breedte. Zes tegen vier wordt pas makkelijk als de buitenspelers echt aan de lijn staan. Zodra iedereen naar de bal toe kruipt, is het overtal nutteloos.

6

Omschakelen na balverovering

De eerste drie seconden na balwinst gebruiken, want dan staat de tegenstander het slechtst.

Omschakelen na balveroveringAAABBBK
Zodra de verdedigende ploeg de bal wint, moet er binnen acht seconden op het grote doel geschoten worden.
Opstelling 5 tegen 5 plus keeper, half veld Duur 4 rondes van 5 minuten
Zo doe je hem
  1. Ploeg A houdt de bal op de eigen helft, ploeg B jaagt.
  2. Wint ploeg B de bal, dan mag zij direct aanvallen op het grote doel.
  3. De aanval moet binnen acht seconden eindigen met een schot.
  4. Lukt dat niet, dan gaat de bal terug naar ploeg A en begint het opnieuw.

Waar je op let: de eerste pass na balwinst. Die moet vooruit, niet veilig opzij. Bij amateurteams gaat de bal na een verovering bijna reflexmatig naar de dichtstbijzijnde medespeler, en daarmee is de omschakeling meteen dood.

Hoe bouw je hier een training van?

Kies er twee, niet zes. Een training van anderhalf uur heeft ruimte voor één vorm waarin je iets nieuws vraagt en één vorm die dat in een wedstrijdsituatie terugbrengt. De rest van de avond is warming-up en partijspel.

Een opzet die werkt: begin met de rondo als warming-up, want die zit er na twee weken zonder uitleg in. Doe daarna één van de afwerkvormen, waarin je het patroon expliciet benoemt. Sluit af met een partij waarin je dezelfde regel laat gelden, bijvoorbeeld acht seconden om af te ronden na balwinst. Dan zien spelers het verband tussen de oefening en het spel, en dat is precies waar het bij amateurteams meestal misgaat.

Houd het vier tot zes weken vol met dezelfde twee vormen. Dat voelt saai voor jou als trainer en niet voor de spelers, want zij merken dat het steeds beter gaat.

Welke fouten maken amateurteams hierin?

Te veel oefeningen, te weinig herhaling. De verleiding is groot om elke week iets nieuws te doen. Het gevolg is dat niets blijft hangen. Twee vormen die je een maand herhaalt, leveren meer op dan acht die je één keer doet.

De ruimte staat te krap. Aanvallende vormen mislukken bij amateurteams meestal niet door onvermogen maar doordat er domweg geen ruimte is om uit te komen. Als een oefening niet loopt, maak het vak dan eerst vijf meter groter voordat je aan de uitleg gaat sleutelen.

Geen tijdsdruk. Zonder tijdslimiet spelen spelers de veilige bal, elke keer weer. De acht-secondenregel is geen detail maar de kern: die dwingt de keuze af die je wilt trainen.

Alleen op de training. Als je op zondag niets zegt over hetzelfde patroon, blijft het een oefening in plaats van een speelwijze. Benoem het in de rust, ook als het niet lukte.

Veelgestelde vragen

Hoeveel spelers heb je nodig voor deze oefeningen?

De rondo werkt vanaf zes spelers, de afwerkvormen vanaf acht en het positiespel vanaf tien. Kom je met minder opdagen, dan haal je een verdediger uit de vorm in plaats van de oefening te schrappen: 5 tegen 3 werkt net zo goed als 6 tegen 4, het wordt alleen iets makkelijker.

Hoe vaak moet je een oefening herhalen voordat het werkt?

Reken op vier tot zes trainingen voordat een patroon in de wedstrijd terugkomt. Dat voelt lang, maar één keer oefenen verandert niets. Kies daarom liever twee oefeningen die je een maand lang herhaalt dan elke week iets nieuws.

Werken deze oefeningen ook voor een lager elftal?

Ja, mits je de ruimte aanpast. Maak het vak van de rondo een paar meter groter en geef de aanvallers een extra man. Aanvallend voetbal mislukt bij lagere elftallen zelden door onwil, maar doordat de oefening te krap staat om nog uit te komen.

Moet je hier een hele training aan wijden?

Nee. Twee van deze vormen naast je normale warming-up en partijtje is genoeg. Een training van anderhalf uur met daarin twintig minuten gerichte aanvalstraining levert meer op dan een hele avond die halverwege verwatert.

Hoe weet je of het werkt?

Tel iets simpels: het aantal keer dat je in een wedstrijd de zestien binnenkomt, of het aantal schoten. Doelpunten zijn te toevallig om per wedstrijd iets over te zeggen, maar het aantal keer dat je gevaarlijk wordt zegt na vijf wedstrijden genoeg. In Equipo.me houd je die aantallen per wedstrijd bij naast de opstelling.

Zet je opstelling en aanwezigheid erbij

Maak de opstelling voor zondag, deel hem met het team en zie in één scherm wie er dinsdag komt trainen. Zonder dat laatste weet je nooit of je de oefening rond krijgt.

Maak gratis een team aan

Gratis, ook de opstellingen en statistieken.

Lees ook

Kom je er niet uit? Neem contact met ons op